ZO IS HET GEREGELD !

Reglement

voor de

Petanquesport

(RPS)

HET BUT : UITWERPEN EN ONGELDIGHEID

In de vorige aflevering van november 2017 ging het over artikel 7, van het Internationaal Spelreglement Petanque (ISP) : Voorgeschreven afstanden bij het uitwerpen van het but.

Deze keer gaat het ook over het but. In artikel 8 en 9 wordt het reglementair uitwerpen van het but en ongeldig worden van het but beschreven.

Artikel 8. Regelmentair uitwerpen van het but 

Als het but bij het uitwerpen wordt tegengehouden door de scheidsrechter, een tegenstander, een toeschouwer, een dier of enig bewegend voorwerp, moet het opnieuw worden uitgeworpen.

Als het but wordt tegengehouden door een medespeler heeft de tegenstander het recht het neer te leggen op een geldige plaats.

Na het uitwerpen van het but en het werpen van de eerste boule mag de tegenstander nog altijd de geldigheid van de ligging van het but betwisten, behalve als deze equipe het but neergelegd had.

Voor het but aan de tegenstander gegeven wordt om het neer te leggen moeten beide equipes het erover eens zijn dat het ongeldig lag, of de scheidsrechter moet dat hebben beslist. Als een equipe in strijd hiermee handelt, verliest zij het recht het but uit te werpen. Heeft ook de tegenstander een boules geworpen, dan wordt het but geacht te liggen en wordt er geen protest tegen de ligging meer in overweging genomen.

But na het uitwerpen verplaatst.

In een eerdere uitspraak sloot de reglementencommissie zich aan bij een uitspraak van een internationaal scheidsrechter, waaraan een juiste redenering ten grondslag lag. Dit punt heeft evenwel tot veel discussie geleid. Intussen is op internationaal niveau besloten, dat de traditionele opvatting wordt aangehouden. Dat houdt in dat de uitspraak artikel 8 ("Na het uitwerpen van het but en het werpen van de eerste boule mag de tegenstander nog altijd de geldigheid van de ligging van het but betwisten, behalve als deze equipe het but neergelegd had") zo gelezen moet worden dat de plaats waar het niet gemarkeerde but ligt na verplaatsing door een eerste boule uitgangspunt is voor de meting.

Ligt het niet gemarkeerde but na verplaatsing dus op meer dan 10 meter is het ongeldig. De vraag of het but na verplaatsing al of niet geldig was uitgeworpen is dan niet meer van belang.

Dit onderschrijft nog eens het belang van het markeren van het but voordat men een boule werpt.

Artikel 9. Ongeldig worden van het but. 

Het but is ongeldig in de volgende zeven gevallen:

1. Als het tijdens een werpronde is verplaatst naar verboden terein, zelfs als het daarna weer op toegestaan terrein terugkomt (een but op de uitlijn is geldig; het is pas ongeldig als het recht van boven bezien de uitlijn geheel is gepasseerd); een plas water waarin het but vrij drijft is verboden terrein;

2. Als het verplaatst is, en vanuit de werpcirkel niet meer zichtbaar is zoals in artikel 7, lid 4 (zie Bouletin no 7 november 2017) is beschreven (als het but achter een boule verscholen is, is het enkel op grond daarvan niet ongeldig; de scheidsrechter mag een boule tijdelijk wegnemen om na te gaan of het but zichtbaar is);

3. als het wordt verplaatst naar meer dan 20 meter van de werpcirkel (voor senioren en junioren) of naar 15 meter ( voor jongeren), of naar minder dan 3 meter;

4. als bij afgebakende terreinen het but een onmiddelijk naast gelegen terrein geheel heeft overschreden of de achterlijnpassert;

5. als het verplaatst en zoek is en niet binnen vijf minuten wordt gevonden;

6. als zich verboden terrein bevindt tussen de werpcirkel en het but;

7. als bij partijen " op tijd"  het but buiten het toegewezen terrein wordt verplaatst

Let op. Als een but in een plas water ligt kan het best zo zijn dat het niet drijft. Een goedgekeurd kunststof but heeft een groter eigen gewicht.

 

Jacques van der Meer